woensdag 21 september 2016

Zo. 18/9: Neder-Silezië II

's Morgens uitgeslapen wakker geworden in ons hotelletje in Srebrna Gora. Een blik uit het venster voorspelt niet veel goeds... mist, dikke mist, natte en vochtige kilte. Hmm... laten we hopen dat het in de loop van de ochtend open trekt.
Bij het ontbijt zien we onze vrienden de mountainbikers terug. Tot onze (niet meer zo grote) verbazing bestellen 2 van de 3 toch nog een grote pint om de dag goed te beginnen... we beginnen een patroon te zien!  ;-)

Met goede moed pakken we de auto opnieuw in en vervolgen we onze tocht. Vandaag hebben we als 1ste stop een bezoek gepland aan ondergrondse tunnels die in de 2de W.O. door de Duitsers werden gegraven (allez, door gevangen genomen Joden), in dit geval het ondergrondse 'dorp' Osowka. Osowka maakt deel uit van het grotere 'Riese Project'.
'Riese' betekent 'reus' in het Duits. Het gaat over een geheim bouwproject in 1943-45 dat zo'n 5-tal verschillende ondergrondse complexen bevatte, waaronder Osowka. De tunnels werden gegraven in de rotsachtige ondergrond en deels gebetonneerd. Door het einde van de oorlog heeft men het werk niet kunnen verder zetten en men is niet 100 % zeker wat het echte doel was. Sommigen beweren dat men er ondergrondse 'fabrieken' wilde van maken voor de productie van wapens, anderen een beschut hoofdkwartier voor Hitler... misschien wel beiden. In elk geval was er met al die gangen, km's lang, verbonden ook met ondergrondse treinsporen en alles, genoeg plek voor heel wat volk. In Osowka waren het quasi uitsluitend Joden die het zware werk hebben verricht en als ze stierven, werden ze of naar het dichtst-bijzijnde concentratiekamp Gross-Rosen gevoerd om verbrand te worden, ofwel werden ze in een massagraf gedumpt in de nabije dorpen.

Osowka schijnt een van de meest toegankelijke plekken te zijn waar je als bezoeker enkele ondergrondse tunnels en kamers kan bezoeken. Wij dachten er een paar lugubere zware jongens in kaki uitrusting te vinden, die enkel in 't Pools een rondleiding zouden geven met zaklantaarns, maar uiteindelijk vonden we een proper loket + cafetaria, met begeleide rondleidingen en koptelefoons in Engels of Frans voor zij die geen Pools verstaan. Goed georganiseerd dus, met sponsorship van Europa natuurlijk. We hadden 5 minuten om ons aan te sluiten bij de groep bezoekers van 11h en iedereen kreeg een helm op zijn hoofd.
De rondleiding duurde 1h en was best interessant. Uiteindelijk deed het er niet toe of het buiten nu regende of mistig was... wij zaten toch enkele meters onder de grond in donkere, vochtige tunnels te kuieren.

     

Na dit bezoek aten we in de cafetaria een typisch Poolse soep: hun zure roggesoep (zur of zurek). Het is een soep gemaakt van gezuurd roggemeel (vergelijkbaar met zuurdesem), met daarin stukjes vlees (spek, worst, ham) en wordt geserveerd in een hol gemaakt broodje dat dubbel zo groot is als een standaard ronde pistolet bij ons. Ideale lichte lunch na een tijdje in de kille gangen van Osowka gespendeerd te hebben.
Buiten deze soep hebben we nog andere lekkere soepen gegeten in Polen: de Borsjt of rode bietensoep (een bouillon met rode bieten en ajuin als belangrijkste ingrediënten), lokale pompoensoep, tomatensoep met pesto of met een blauwe kaas erin, enzovoort...

Ondertussen was de mist gelukkig volledig weggetrokken, maar de temperaturen waren definitief om zeep. Van de 28 graden in Wroclaw op vrijdag, was er nu nog met moeite een 18 graden over... en men voorspelde behoorlijk koude nachten vanaf de komende nacht. Niets aan te doen...

Onze volgende bestemming was Jawor, een stadje op enkele km's afstand, dat bekend staat om zijn 'vredeskerk'. Het is een grote kerk, die toch wat anders oogt dan de traditionele kerken die we gewoon zijn en dateert van 1655.
Na de 30-jarige oorlog (1618-1648) in de streek, en de daaropvolgende Vrede van Westfalen, volgde de toestemming om voor de Silezische protestanten 3 vredeskerken te bouwen. 2 Ervan bestaan nog: 1 in Jawor en 1 in Swidnice (enkele km verder) en beiden staan op de UNESCO werelderfgoedlijst. De kerken moesten gebouwd worden uit hout, leem en stro en mochten geen toren hebben. In 1707 werd er later toch een torentje bijgebouwd. De kerk in Jawor is meer dan 40 m lang, 14 m breed en 16 m hoog. Er kunnen naar het schijnt 5500 mensen in.

    

Wat wij tof vonden, dat is dat er 4 verdiepingen zijn, zoals in het theater, waarbij mensen in loges en op balkons de mis kunnen bijwonen. De kerk bevat ook bijzonder veel schilderijen en veel van het houtwerk (vooral de plafonds) is knap beschilderd. Een deel van de kerk stond in de stellingen, omdat er nog voortdurend renovatiewerken aan gebeuren. We zijn geen grote kerkgangers, maar deze was nu toch wel de moeite waard.

Na ons bezoek aan de kerk, besloten naar onze volgende slaapplaats te trekken: het 'Palac Warmatowice Sienkiewiczowski'. Een onuitspreekbare naam die hoort bij een klein kasteeltje dat dateert van de 13de eeuw en vanaf dan jarenlang in handen was van een Duitse familie. Een 20-tal jaren geleden werd het domein, in lamentabele staat opgekocht door de huidige eigenaars, die het in tussentijd mooi hebben opgeknapt en het als B&B uitbaten. Wij werden hartelijk ontvangen door hun dochter die perfect Engels sprak en ons zelfs mee wilde helpen om de bagage naar boven te dragen.
Onze kamer was een eenvoudige kasteelkamer, zonder veel luxe, maar ruim genoeg en met een moderne badkamer. Het vooruitzicht van er 2 nachten te verblijven leek ons niet onaangenaam.

Voor het avondeten raadde onze gastvrouw ons een restaurant op de marktplaats van Jawor aan: de 'Ratuszowa', waar we de avond gezellig doorbrachten bij een Jazzy lounge-muziekje.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten