De wegen zijn ook geen echte autosnelwegen, op de laatste 30 km slechts 1 rijstrook heen en 1 rijstrook terug, wat maakt dat het gauw opstropt als er veel volk op de baan is. En ja, Zakopane verwerkt veel volk! Zijn hoogseizoen is de winter, het ski-seizoen, maar zelfs nu merkten we dat de weekends vollen bak volk aantrekken, vooral wandelaars.
Het is lang niet meer dan een bergdorpje geweest, maar ergens midden in de 19de eeuw werd het al voor het toerisme verder uitgebouwd... nu is het zelfs wat overdreven... overal vind je er hotels, restaurants en stalletjes met lokale kazen, schapenvelletjes, warme pantoffels, houtsnijwerk en andere prullaria. Ik kreeg al snel het gevoel, dat we het beste zo snel mogelijk in de natuur moesten verdwijnen.
Zakopane ligt dus aan de rand van het Tatra gebergte, op 800 m hoogte, en vanuit het stadje zie je de nog hogere pieken oprijzen. Er is een grote kabellift die je mee kan nemen naar een punt op 2000 m hoogte, waar je ongetwijfeld een prachtig uitzicht hebt. En verder vertrekken er vanuit de zuidrand van de stad verschillende parallelle wandelroutes, elk naar een andere piek of mooi uitzichtpunt, die dan ook nog eens met elkaar verbonden zijn via andere wandelwegen die er loodrecht op liggen.
Aangezien we op zondag nog een namiddag vrij hadden, hebben we na een eenvoudige pic-nic beslist om al een korte wandeling van 2,5 h te maken, om de paden wat te verkennen en de beentjes wat los te smijten.
We vertrokken op 1 van de meest toeristische wandelroutes, waar op dat moment inderdaad ganse groepen mensen bijna in colonne dezelfde weg bewandelden. Maar algauw namen we een zijweg om een lus te maken in de richting van een andere route en onmiddellijk bevonden we ons helemaal alleen op een stijgende helling. Voor de rest van onze lus kruisten we hier en daar een eenzame ziel, maar verder was het een rustige intro in de bossen en een aanloop naar de bergen.
Na een nacht in een houten huis, typisch voor de streek, werden we wakker met zicht op de bergen.
Een uitgebreid lokaal ontbijt garandeerde ons een flinke basis voor onze geplande maandag-wandeldag. Oorspronkelijk wilden we met de kabellift naar boven (op 2000 m) om dan een route neerwaarts te nemen naar de stad, langs een meer dat tussen de bergen ligt. Spijtig genoeg ontdekten we te laat dat we die kabellift vroeger hadden moeten reserveren. Dus, daarom stippelden we dan maar een andere lus uit, op dezelfde manier als de dag ervoor, maar dan eentje van een 5-tal uren in tijd en een hoogteverschil van zo'n 500 m.
Deze tocht deed ons dus veel meer stijgen en dalen, en er was wel wat meer volk op het pad omdat het ook doorloopt naar de Giewont piek (de bergtop die je vanuit Zakopane mooi ziet liggen op 1894 m hoogte). Al bij al hebben we ervan genoten!
Voor de rest van de dag was er nog wat tijd om het toeristische stadscentrum te bezoeken, waar we uiteindelijk nog wat shopping hebben gedaan in outdoor winkels... Aangezien ze nogal gefocust zijn op trekking en skiën, is er wel heel wat te vinden aan lagere prijzen dan bij ons.
De volgende dag, dinsdag, verlieten we Zakopane in de ochtend en reden we naar het begin van de Dunajec rivier, een uurtje oostwaarts. De rivier vertrekt vanaf een groot stuwmeer dat in het Pieniny kalksteenmassief ligt en verder meandert doorheen dit massief... ook een natuurlijke grens vormend tussen Polen en Slovakije.
Als toerist kan je ergens stroomopwaarts, niet ver na het stuwmeer, op een vlot hoppen om je dan gedurende 2,5 h mee te laten voeren door lokale bootsmannen met hoedjes tot 18 km verder, vanwaar ze je met de bus terugbrengen naar de plaats van vertrek. Met een mooi zonnetje is dit eigenlijk wel een zalige manier om het natuurgebied te ontdekken, maar misschien toch minder spectaculair dan wat we oorspronkelijk verwacht hadden. De bootsman vertelde de hele tijd vanalles in het Pools, maar dat hebben we dus niet kunnen volgen.
Na deze uitstap verlieten we deze regio en begonnen we aan onze rustige terugweg naar huis... met als volgende stop Katowice.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten