Wonder boven wonder verwachtte onze gastvrouw op zondagavond nog andere Belgen. Wij waren verrast om dat te horen, want op onze 2 weken in Polen hadden we nog maar 1 x 2 Vlaamse mannen gezien in de bergen van Zakopane, en verder maar 4 x een Belgische nummerplaat gespot.
Bij het ontbijt konden we met hen kennismaken: een koppel ouders en hun zoon uit Maldegem. Gisteren rechtstreeks van Maldegem gekomen en samen op weg naar Krakow, waar hun zoon 2 jaar zou gaan studeren in de universiteit. Hij had eerst in Leuven gestudeerd: Slavische talen en hun geschiedenis (of zoiets), had ondertussen al 1 jaar Erasmus gelopen in de universiteit van Katowice, en zou nu nog 2 jaar bijstuderen in Krakow. Hij sprak al vloeiend Pools natuurlijk en had er blijkbaar zin in. Hun auto zat helemaal volgestouwd met zijn spullen... nog veel erger dan de onze!
Het was uiteindelijk een gezellig ontbijt en zij leken ook aangenaam verrast te zijn om ons daar in dat gat te ontmoeten. Na het ontbijt reden zij meteen verder, terwijl Xavier en ik samen bespraken hoe we de dag zouden doorbrengen.
Onze 1ste activiteit van de dag was het verkennen van ons kasteeldomein. Vanuit onze kamer hadden we al gezien dat er bambi's waren op een weide ernaast, en de vrouw des huizes had ons ook al gevraagd of de ezel ons niet had wakker gemaakt 's morgens... dus daar waren we wel nieuwsgierig naar. Ze had ons ook al op het hart gedrukt niet bang te zijn van de honden. Blijkbaar liepen er 2 grote honden op het terrein, maar volgens haar waren ze erg lief.
Uiteindelijk hebben we alle beesten ontmoet. De koppige ezel uit de zoo van Wroclaw, die blijkbaar zijn weide niet wil delen met de schapen en zelfs ook de honden weet weg te jagen. De bambi's die grappige, schichtige bokkensprongen maken omdat ze bang zijn van ons. En de honden, die inderdaad wel heel groot zijn, caucasische schepers (herdershonden dus, maar dan van het reuzachtige type), die blijkbaar een grote nood aan knuffels hebben!
Het was nog fris zo 's morgens, maar het zag er al meer uitgeklaard uit dan de dag ervoor. Met goede moed vertrokken we naar het Ksiaz kasteel, in Walbrzych, wat ook in de buurt ligt... ook 'Slot Fürstenstein' genoemd. Het is het grootste kasteel van Silezië en werd in de 13de eeuw gebouwd door Hertog Bolko I van Swidnica en Jawor. Het slot hoorde eerst bij Bohemen, later bij de Pruisen, was lang eigendom van de familie Hochenberg, die er later een gans nieuw stuk bijbouwden. Het bestaat dus duidelijk uit 2 stukken die echt aan mekaar gebouwd zijn en in mekaar overlopen, 1 middelleeuws en 1 van de periode daarna. Rond de 1st W.O. ging de familie Hochenberg failliet en moest het kasteel verlaten.
In de 2de W.O. namen de Nazi Duitsers het kasteel in, en hadden het lumineuze idee om Slot Fürstenstein mee in het Riese Project te integreren. Ze lieten in de rotsgrond onder het kasteel extra tunnels graven op 2 verdiepingen, en men denkt dat het hier was dat Hitler zijn nieuwe hoofdkwartier wilde maken. In een kasteel, maar dan onder de grond. De inval van het Rode Leger liet zijn sporen na en het kasteel werd een echte ruïne. De collecties van het kasteel, met bibliotheek en al, werd gestolen en kapot gemaakt. Pas in de jaren 50 sprak iemand de bescherming van het kasteel uit en in de jaren 70 begonnen de 1ste renovatiewerken.
Eenmaal aan het kasteel aangekomen, zaten we weer in de mist. Echt opvallend hoe hardnekkig hij was. Het maakte de sfeer wel lekker mysterieus, maar je zag ook niet zo veel. Aan de buitenkant ziet het kasteel er prima uit, en rond het kasteel zijn mooie terrassen aangelegd die (als het mooi weer is) zeer aangenaam moeten zijn om er rond te wandelen. In ons geval zijn we er echter niet te lang blijven hangen. Binnen zie je duidelijk dat de ruimtes opgeknapt zijn, maar veel grandeur is inderdaad verloren gegaan (als getuige kan je oud zwart-wit fotomateriaal vergelijken met de huidige situatie en je ziet dat veel ornamenten en beschilderingen verdwenen zijn). In enkele kamers heeft men zijn best gedaan om de originele grandeur te herwerken: misschien de kamers waar het meeste informatie over was, misschien gewoon enkele om de bezoeker een algemeen gevoel te geven hoe het ooit geweest is.
Na ons bezoek aan het kasteel waren we hongerig en aten we een lekkere goulash met aardappelpannekoekjes (een soort rosti's) in het enige restaurant dat op maandag open was op het kasteelterrein.
Bij het kasteel hoorde ook nog een botanische tuin, die enkele km verder gelegen was. Eén van de Hochenbergs had die ooit voor zijn vrouw laten aanleggen, als cadeautje, om 't een en ander goed te maken, denken we, want het was blijkbaar gekend dat hun huwelijk niet zo'n gelukkig huwelijk was.
In elk geval, de serres zijn bewaard gebleven en men heeft veel oude planten kunnen blijven onderhouden. Je ziet dat het oud is, en dat de constructie ook wel wat renovatie zou kunnen gebruiken, maar de planten zien er echt wel goed uit. Blijkbaar kennen ze hun stiel!
En aangezien ik wel van plantjes hou, hebben we er toch wel een stuk van de namiddag in doorgebracht. We zijn er zelfs de grootste bonzaï-collectie tegen gekomen die we ooit gezien hebben... ook al zijn we al in Japan op vakantie geweest.
Uiteindelijk, aangezien het weer toch niet echt aan veel verbetering toe was, ik schat dat de temperatuur die dag niet boven de 13 graden is geraakt, besloten we om terug te keren naar ons kasteel en om er de rest van de namiddag nog wat te lezen en te schrijven... om 's avonds dan terug in de gezellige raadskelder van Jawor opnieuw te gaan eten. De grote honden stonden ons vol enthousiasme op te wachten, smekend voor een knuffel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten