vrijdag 23 september 2016

Wo. 21/9: Muskauer Park / Park Muzakowski


Toen de vrouw ons gisteren naar onze kamer bracht, hadden we gezien dat alle vensters open stonden om de kamer goed te verluchten. Op zich een goede zaak, maar toen ik later alle muggen op de witgekalkte muren in de eetzaal zag, begon ik toch wat schrik te krijgen. Gelukkig viel het allemaal wel mee en hebben we een hele rustige nacht gehad.

Het ontbijt was niet super geweldig, maar toch oké en in elk geval voldoende om nog een laatste dag te spenderen in het Muskauer Park, gelegen op de grens van Polen en Duitsland. Het maakt deel uit van een groter natuurreservaat waarvan het grootste deel op Pools grondgebied ligt.
Muskauer Park of Park Muzakowski is een park dat ontworpen is door een 'bekende' landschapsarchitect 'Prins Hermann von Pückler-Muskau' in de 19de eeuw, die zelf ook woonde in een kasteel in datzelfde park. Zijn hobby was tuinieren en hij noemde zichzelf 'Parkoman'. Blijkbaar is hij de eerste tuinarchitect in Europa die de typisch 'Europese' parkstijl heeft ontworpen. Vandaar ook dat dit park beschermd erfgoed is van UNESCO.

Voor ons betekende deze omgeving een plek op de grens van Polen en Duitsland, waar we nog een laatste dag in de natuur konden doorbrengen met wat stappen... even de beentjes loswerken voor de lange autorit morgen, naar huis.

    

Het park bevat het kasteel, kleine riviertjes die weidelanden doorkruisen, hier en daar een bosje, hier en daar een eenzame boom, vele mooie oude eiken, en het wordt doorkruist door de Neisse rivier, die hier de natuurlijke grens is tussen Polen en Duitsland.
Erg onder de indruk waren we niet van het park zelf, maar het is duidelijk dat de rest van het natuurgebied ook erg de moeite moet zijn. We hebben gezien dat er ook fietswegen zijn en mogelijkheid tot fietsverhuur. Dus, er is zeker meer uit te halen dat wat wij eruit gehaald hebben.
In elk geval hebben we goed gestapt en hebben we heel wat frisse boslucht gesnoven.

Het Duitse stadje aan de voet van het park heet 'Bad Muskau' en is gekend voor zijn kuuroord. Het is echter niet groot en we hebben het dan ook nog maar even doorkruist uit nieuwsgierigheid. Meteen valt het op dat er meer gerenoveerd is dan in Polen... minder gebouwen zijn in slechte staat en de meeste zijn mooi geschilderd. Dit is in Polen ook wel het geval, maar ze zijn nog de minderheid. Maar toch hebben we er nog een uitzondering uitgehaald...

    

Voldaan en wetende dat de reis hiermee eindigt, trokken we terug naar onze boerderij, waar een lieve kokkin ons opwachtte voor het avondeten. Deze vrouw spreekt geen woord Engels of Duits, maar kookt met hart en ziel echte grootmoeders maaltijden. En ze heeft altijd een brede glimlach, wat naar onze ervaringen erg on-Pools (#) is.
Tweemaal mochten we haar kooksels proeven. De 1ste avond maakte ze ons eend klaar, met een salade op basis van augurken en patatjes (met dille erop). De 2de avond waren het 2 bouletten van wild, met zuurkool, een gemengde salade met sla, tomaatjes en rode ajuin, en patatjes (met dille erop). Best lekker... hadden we nog plaats gehad, dan hadden we zelfs nog dessert gekregen, maar daarmee waren onze buikjes al zodanig gevuld dat er niets meer bij kon.
Trouwens, de Polen houden van dille. Zoals wij peterselie gebruiken in onze traditionele keuken, gebruiken zij dille. Op patatjes, in salades, in hun vinegrettes...

(#) Standaard lachen Polen niet, als ze je niet kennen, en ze zeggen je ook niet zomaar goeiedag (behalve misschien als je aan het stappen bent in de bergen zoals in Zakopane). (Nu begrijp ik trouwens de opmerkingen van onze Poolse buurvrouw Angelika beter, die zo verwonderd is dat ik altijd lach naar mensen.) 
En als je mensen kruist op straat, dan gaan ze ook niet uit de weg. Als je zelf niet opzij gaat, dan lopen ze zelfs tegen je, en ze excuseren zich niet. Erg on-Japans dus... want Japanners zouden echt alles doen om geen fysiek contact te hebben.

Voilà! En dat is het einde van onze vakantie... hierna volgde nog 1 nacht slapen en de terugrit naar huis... Op donderdag zijn we goed en wel thuisgekomen rond 8h 's avonds.
Hopelijk hebben jullie onze exploten een beetje kunnen volgen en vonden jullie het fijn om iets over Polen te leren!?

Tot een volgende trip...  :-)

Els & Xavier

Di. 20/9: Neder-Silezië IV

Onze voorlaatste dag in Polen begon met een privé-onbijt in het kasteel, aangezien we nog de enige gasten waren. Dat maakte dat we ook nog de tijd hadden om een praatje te maken met onze gastvrouw (die haar Engels blijkbaar in Toronto had geleerd, waar ze zelf ook enige jaren had doorgebracht).
We kwamen op het onderwerp van de volksverhuizingen in de streek: hoe Duitsers na de 2de W.O. de streek hadden moeten verlaten, naar het nieuwe (kleinere) Duitsland, en hoe de Polen uit Oekraïne en huidig Russisch grondgebied naar deze streek zijn gekomen, de huizen van de Duitsers inpalmend. Het is blijkbaar ook echt zo gegaan. Grootmoeder van de ene kant kwam van Vilnius (nu Litouwen) en de andere grootmoeder van nu Oekraïens grondgebied. De Russen staken de mensen in overvolle treinen, ze mochten het hoogstnodige meenemen dat ze zelf konden dragen, en hop daar kwamen ze aan de andere kant van Polen toe waar alle huizen verlaten waren door de Duitsers, op dezelfde manier. De meubels stonden er nog, het servies stond nog in de kast, de bedden waren nog opgemaakt... en de mensen hoefden maar een huis binnen te wandelen en te zeggen van 'Oké, hier kan ik wel even verblijven...'. Want blijkbaar dachten die Polen dat hun nieuwe verblijfplaats toch maar tijdelijk zou zijn. Zij verwachtten dat de Duitsers nog een tegenoffensief zouden doen, en opnieuw zouden terugkomen, maar dat is dus niet meer gebeurd.
Onder het communistisch bewind mocht 1 familie echter slechts een beperkte oppervlakte bewonen, dus grote huizen en appartementen werden opgedeeld in kleinere kamers en compartimenten en meerdere families moesten de ruimtes delen. Best interessant om het uit de mond van iemand te horen die het in haar familie had meegemaakt.
Hoe haar ouders dan het kasteeldomein hadden kunnen kopen en opknappen... daar hebben we niet verder meer naar gevraagd. We hebben begrepen dat haar ouders vooral land nodig hadden, en dat daar nu toevallig dit bouwvallige kasteel opstond. Toch hebben ze er veel centen in gestopt om het terug te renoveren, en zo konden wij er gelukkig overnachten.

Na afscheid te nemen en de auto nog eens vol te laden, vertrokken we naar een volgend kasteel dat we wilden bezoeken... dit keer een echt middelleeuws kasteel 'Zamek Grodziec' daterend uit de 12de eeuw, dat over de eeuwen heen een paar keer platgebrand en geplunderd is geweest, en telkens weer werd heropgebouwd. Ook nu waren ze er aan het renoveren.

    

Ik moet zeggen dat het kasteel en de omgeving van kasteel echt wel tot de verbeelding spreekt. Je denkt meteen aan de serie 'Game of Thrones', aan jonkvrouwen en koene ridders, aan ridderspelen en narren en drinkgelag... Ik las dat veel televisiezenders tot hier gekomen zijn om opnames te maken. De oude serie 'Oberon', in samenwerking met Eén en de TROS, is er naar 't schijnt ook voor een stuk opgenomen geweest.
Het leuke was, dat het weer weer in orde was vanaf nu, en dat we weer quasi de enige bezoekers waren in het kasteel... lekker rustig dus om alle gangen, kamers, torens en kantelen te verkennen!

Hierna vervolgden we onze weg naar het stadje Boleslawiec, gekend voor zijn keramiek-industrie. De ondergrond in de streek daar zit vol klei, waarmee men sinds de middeleeuwen al potten en voorwerpen maakt. Het stadje heeft nu nog 3 relatief grootschalige fabrieken waar keramiek gemaakt wordt en vele kleinere artisanale ateliers.

We trokken naar 1 van die 3 fabrieken waar we een rondleiding in de fabriek konden krijgen met een medewerker die Engels sprak. We waren de enige buitenlanders op dat moment, en kregen alweer een privé-toer. We kregen het maken van de keramiek van A tot Z:
  • het maken van de klei-vorm in een voorgevormde mal uit gips (manueel), 
  • het drogen van de klei in de mal (2 dagen bij kamertemperatuur) waarna de vormen er makkelijk uit te nemen zijn, 
  • het verwijderen van de scherpe kantjes met een vochtig sponsje (manueel), 
  • het plaatsen van de vormen in een oven bij 950 °C, 
  • het beschilderen van de vormen met verf (manueel), 
  • het onderdompelen van de beschilderde vormen in een glazuurbad (manueel), 
  • en het opnieuw plaatsen van de vormen in een oven van 1250°C voor het definief doorbakken van de klei. 
     

Het eindresultaat is erg kleurrijk en sterk en waterdicht. De voorwerpen kunnen gemakkelijk oven, microgolfoven en vaatwasmachine weerstaan. De man die de glazuur aanbracht genoot van onze belangstelling en deed zijn handelingen vol overgave... ik had het wel willen filmen, maar dat mocht niet. Even later, toen hij enkele tassen op een lange smalle plank had gezet, om deze op een rek te zetten voor de laatste ovenbak, was hij zodanig afgeleid dat er enkele van de tassen van zijn plank gleden en sneuvelden. We hebben nog snel geholpen om de andere omver gevallen tassen weer recht te zetten, maar het was inderdaad beter om zo snel mogelijk weg te gaan, zodat hij zich weer op zijn werk kon concentreren. Nu ja... dat gebeurt blijkbaar wel vaker met dat soort breekbare dingen en manueel werk.

Na deze rondleiding hebben we de bijhorende winkel doorlopen en ons enkele nieuwe koffietassen gekocht, kwestie van enkele lelijke thuis eens weg te smijten en ze te vervangen door iets anders.

Na een pannenkoek en een wafel in een plaatselijke tea-room, reden we dan maar naar de grens van Polen met Duitsland, naar 'Stary Folwark', een Poolse manege in Pietrzykow met mogelijkheid tot eten, logement, conferenties, team-building, en ook paardrijden. M.a.w. een uit de kluiten gewassen boerderij met grootmoeders boerderij-kost! Stevig, maar ook wel lekker.





woensdag 21 september 2016

Ma. 19/9: Neder-Silezië III

De nacht in het kasteel was heel stil. Aangezien het in een onooglijk dorp ligt, tussen de velden, hoor je er 's nachts echt niets en is het er heel donker.
Wonder boven wonder verwachtte onze gastvrouw op zondagavond nog andere Belgen. Wij waren verrast om dat te horen, want op onze 2 weken in Polen hadden we nog maar 1 x 2 Vlaamse mannen gezien in de bergen van Zakopane, en verder maar 4 x een Belgische nummerplaat gespot.

Bij het ontbijt konden we met hen kennismaken: een koppel ouders en hun zoon uit Maldegem. Gisteren rechtstreeks van Maldegem gekomen en samen op weg naar Krakow, waar hun zoon 2 jaar zou gaan studeren in de universiteit. Hij had eerst in Leuven gestudeerd: Slavische talen en hun geschiedenis (of zoiets), had ondertussen al 1 jaar Erasmus gelopen in de universiteit van Katowice, en zou nu nog 2 jaar bijstuderen in Krakow. Hij sprak al vloeiend Pools natuurlijk en had er blijkbaar zin in. Hun auto zat helemaal volgestouwd met zijn spullen... nog veel erger dan de onze!
Het was uiteindelijk een gezellig ontbijt en zij leken ook aangenaam verrast te zijn om ons daar in dat gat te ontmoeten. Na het ontbijt reden zij meteen verder, terwijl Xavier en ik samen bespraken hoe we de dag zouden doorbrengen.

Onze 1ste activiteit van de dag was het verkennen van ons kasteeldomein. Vanuit onze kamer hadden we al gezien dat er bambi's waren op een weide ernaast, en de vrouw des huizes had ons ook al gevraagd of de ezel ons niet had wakker gemaakt 's morgens... dus daar waren we wel nieuwsgierig naar. Ze had ons ook al op het hart gedrukt niet bang te zijn van de honden. Blijkbaar liepen er 2 grote honden op het terrein, maar volgens haar waren ze erg lief.

    

Uiteindelijk hebben we alle beesten ontmoet. De koppige ezel uit de zoo van Wroclaw, die blijkbaar zijn weide niet wil delen met de schapen en zelfs ook de honden weet weg te jagen. De bambi's die grappige, schichtige bokkensprongen maken omdat ze bang zijn van ons. En de honden, die inderdaad wel heel groot zijn, caucasische schepers (herdershonden dus, maar dan van het reuzachtige type), die blijkbaar een grote nood aan knuffels hebben!

Het was nog fris zo 's morgens, maar het zag er al meer uitgeklaard uit dan de dag ervoor. Met goede moed vertrokken we naar het Ksiaz kasteel, in Walbrzych, wat ook in de buurt ligt... ook 'Slot Fürstenstein' genoemd. Het is het grootste kasteel van Silezië en werd in de 13de eeuw gebouwd door Hertog Bolko I van Swidnica en Jawor. Het slot hoorde eerst bij Bohemen, later bij de Pruisen, was lang eigendom van de familie Hochenberg, die er later een gans nieuw stuk bijbouwden. Het bestaat dus duidelijk uit 2 stukken die echt aan mekaar gebouwd zijn en in mekaar overlopen, 1  middelleeuws en 1 van de periode daarna. Rond de 1st W.O. ging de familie Hochenberg failliet en moest het kasteel verlaten.
In de 2de W.O. namen de Nazi Duitsers het kasteel in, en hadden het lumineuze idee om Slot Fürstenstein mee in het Riese Project te integreren. Ze lieten in de rotsgrond onder het kasteel extra tunnels graven op 2 verdiepingen, en men denkt dat het hier was dat Hitler zijn nieuwe hoofdkwartier wilde maken. In een kasteel, maar dan onder de grond. De inval van het Rode Leger liet zijn sporen na en het kasteel werd een echte ruïne. De collecties van het kasteel, met bibliotheek en al, werd gestolen en kapot gemaakt. Pas in de jaren 50 sprak iemand de bescherming van het kasteel uit en in de jaren 70 begonnen de 1ste renovatiewerken.

Eenmaal aan het kasteel aangekomen, zaten we weer in de mist. Echt opvallend hoe hardnekkig hij was. Het maakte de sfeer wel lekker mysterieus, maar je zag ook niet zo veel. Aan de buitenkant ziet het kasteel er prima uit, en rond het kasteel zijn mooie terrassen aangelegd die (als het mooi weer is) zeer aangenaam moeten zijn om er rond te wandelen. In ons geval zijn we er echter niet te lang blijven hangen. Binnen zie je duidelijk dat de ruimtes opgeknapt zijn, maar veel grandeur is inderdaad verloren gegaan (als getuige kan je oud zwart-wit fotomateriaal vergelijken met de huidige situatie en je ziet dat veel ornamenten en beschilderingen verdwenen zijn). In enkele kamers heeft men zijn best gedaan om de originele grandeur te herwerken: misschien de kamers waar het meeste informatie over was, misschien gewoon enkele om de bezoeker een algemeen gevoel te geven hoe het ooit geweest is.

    

Na ons bezoek aan het kasteel waren we hongerig en aten we een lekkere goulash met aardappelpannekoekjes (een soort rosti's) in het enige restaurant dat op maandag open was op het kasteelterrein.

Bij het kasteel hoorde ook nog een botanische tuin, die enkele km verder gelegen was. Eén van de Hochenbergs had die ooit voor zijn vrouw laten aanleggen, als cadeautje, om 't een en ander goed te maken, denken we, want het was blijkbaar gekend dat hun huwelijk niet zo'n gelukkig huwelijk was.
In elk geval, de serres zijn bewaard gebleven en men heeft veel oude planten kunnen blijven onderhouden. Je ziet dat het oud is, en dat de constructie ook wel wat renovatie zou kunnen gebruiken, maar de planten zien er echt wel goed uit. Blijkbaar kennen ze hun stiel!

      

En aangezien ik wel van plantjes hou, hebben we er toch wel een stuk van de namiddag in doorgebracht. We zijn er zelfs de grootste bonzaï-collectie tegen gekomen die we ooit gezien hebben... ook al zijn we al in Japan op vakantie geweest.

Uiteindelijk, aangezien het weer toch niet echt aan veel verbetering toe was, ik schat dat de temperatuur die dag niet boven de 13 graden is geraakt, besloten we om terug te keren naar ons kasteel en om er de rest van de namiddag nog wat te lezen en te schrijven... om 's avonds dan terug in de gezellige raadskelder van Jawor opnieuw te gaan eten. De grote honden stonden ons vol enthousiasme op te wachten, smekend voor een knuffel.




Zo. 18/9: Neder-Silezië II

's Morgens uitgeslapen wakker geworden in ons hotelletje in Srebrna Gora. Een blik uit het venster voorspelt niet veel goeds... mist, dikke mist, natte en vochtige kilte. Hmm... laten we hopen dat het in de loop van de ochtend open trekt.
Bij het ontbijt zien we onze vrienden de mountainbikers terug. Tot onze (niet meer zo grote) verbazing bestellen 2 van de 3 toch nog een grote pint om de dag goed te beginnen... we beginnen een patroon te zien!  ;-)

Met goede moed pakken we de auto opnieuw in en vervolgen we onze tocht. Vandaag hebben we als 1ste stop een bezoek gepland aan ondergrondse tunnels die in de 2de W.O. door de Duitsers werden gegraven (allez, door gevangen genomen Joden), in dit geval het ondergrondse 'dorp' Osowka. Osowka maakt deel uit van het grotere 'Riese Project'.
'Riese' betekent 'reus' in het Duits. Het gaat over een geheim bouwproject in 1943-45 dat zo'n 5-tal verschillende ondergrondse complexen bevatte, waaronder Osowka. De tunnels werden gegraven in de rotsachtige ondergrond en deels gebetonneerd. Door het einde van de oorlog heeft men het werk niet kunnen verder zetten en men is niet 100 % zeker wat het echte doel was. Sommigen beweren dat men er ondergrondse 'fabrieken' wilde van maken voor de productie van wapens, anderen een beschut hoofdkwartier voor Hitler... misschien wel beiden. In elk geval was er met al die gangen, km's lang, verbonden ook met ondergrondse treinsporen en alles, genoeg plek voor heel wat volk. In Osowka waren het quasi uitsluitend Joden die het zware werk hebben verricht en als ze stierven, werden ze of naar het dichtst-bijzijnde concentratiekamp Gross-Rosen gevoerd om verbrand te worden, ofwel werden ze in een massagraf gedumpt in de nabije dorpen.

Osowka schijnt een van de meest toegankelijke plekken te zijn waar je als bezoeker enkele ondergrondse tunnels en kamers kan bezoeken. Wij dachten er een paar lugubere zware jongens in kaki uitrusting te vinden, die enkel in 't Pools een rondleiding zouden geven met zaklantaarns, maar uiteindelijk vonden we een proper loket + cafetaria, met begeleide rondleidingen en koptelefoons in Engels of Frans voor zij die geen Pools verstaan. Goed georganiseerd dus, met sponsorship van Europa natuurlijk. We hadden 5 minuten om ons aan te sluiten bij de groep bezoekers van 11h en iedereen kreeg een helm op zijn hoofd.
De rondleiding duurde 1h en was best interessant. Uiteindelijk deed het er niet toe of het buiten nu regende of mistig was... wij zaten toch enkele meters onder de grond in donkere, vochtige tunnels te kuieren.

     

Na dit bezoek aten we in de cafetaria een typisch Poolse soep: hun zure roggesoep (zur of zurek). Het is een soep gemaakt van gezuurd roggemeel (vergelijkbaar met zuurdesem), met daarin stukjes vlees (spek, worst, ham) en wordt geserveerd in een hol gemaakt broodje dat dubbel zo groot is als een standaard ronde pistolet bij ons. Ideale lichte lunch na een tijdje in de kille gangen van Osowka gespendeerd te hebben.
Buiten deze soep hebben we nog andere lekkere soepen gegeten in Polen: de Borsjt of rode bietensoep (een bouillon met rode bieten en ajuin als belangrijkste ingrediënten), lokale pompoensoep, tomatensoep met pesto of met een blauwe kaas erin, enzovoort...

Ondertussen was de mist gelukkig volledig weggetrokken, maar de temperaturen waren definitief om zeep. Van de 28 graden in Wroclaw op vrijdag, was er nu nog met moeite een 18 graden over... en men voorspelde behoorlijk koude nachten vanaf de komende nacht. Niets aan te doen...

Onze volgende bestemming was Jawor, een stadje op enkele km's afstand, dat bekend staat om zijn 'vredeskerk'. Het is een grote kerk, die toch wat anders oogt dan de traditionele kerken die we gewoon zijn en dateert van 1655.
Na de 30-jarige oorlog (1618-1648) in de streek, en de daaropvolgende Vrede van Westfalen, volgde de toestemming om voor de Silezische protestanten 3 vredeskerken te bouwen. 2 Ervan bestaan nog: 1 in Jawor en 1 in Swidnice (enkele km verder) en beiden staan op de UNESCO werelderfgoedlijst. De kerken moesten gebouwd worden uit hout, leem en stro en mochten geen toren hebben. In 1707 werd er later toch een torentje bijgebouwd. De kerk in Jawor is meer dan 40 m lang, 14 m breed en 16 m hoog. Er kunnen naar het schijnt 5500 mensen in.

    

Wat wij tof vonden, dat is dat er 4 verdiepingen zijn, zoals in het theater, waarbij mensen in loges en op balkons de mis kunnen bijwonen. De kerk bevat ook bijzonder veel schilderijen en veel van het houtwerk (vooral de plafonds) is knap beschilderd. Een deel van de kerk stond in de stellingen, omdat er nog voortdurend renovatiewerken aan gebeuren. We zijn geen grote kerkgangers, maar deze was nu toch wel de moeite waard.

Na ons bezoek aan de kerk, besloten naar onze volgende slaapplaats te trekken: het 'Palac Warmatowice Sienkiewiczowski'. Een onuitspreekbare naam die hoort bij een klein kasteeltje dat dateert van de 13de eeuw en vanaf dan jarenlang in handen was van een Duitse familie. Een 20-tal jaren geleden werd het domein, in lamentabele staat opgekocht door de huidige eigenaars, die het in tussentijd mooi hebben opgeknapt en het als B&B uitbaten. Wij werden hartelijk ontvangen door hun dochter die perfect Engels sprak en ons zelfs mee wilde helpen om de bagage naar boven te dragen.
Onze kamer was een eenvoudige kasteelkamer, zonder veel luxe, maar ruim genoeg en met een moderne badkamer. Het vooruitzicht van er 2 nachten te verblijven leek ons niet onaangenaam.

Voor het avondeten raadde onze gastvrouw ons een restaurant op de marktplaats van Jawor aan: de 'Ratuszowa', waar we de avond gezellig doorbrachten bij een Jazzy lounge-muziekje.




Za. 17/9: Neder-Silezië I

Op zaterdagochtend verlieten we Wroclaw om zuidwaarts af te zakken richting de Tsjechische grens. We pakten de auto opnieuw in met alle zakken: de dichtste bolstapeling... een hele onderneming. De bedoeling was om vanaf nu de provincie Neder-Silezië in stukjes en brokjes te verkennen, en zo stilaan huiswaarts te rijden in de richting van de Duits-Poolse grens.

Onze 1ste stop op de weg, was het stadje Zabkowice Slaskie. Op het eerste zicht een stadje met wat geschiedenis en dus mogelijks enkele interessante gebouwen... In de vroege 13de eeuw werd het gesticht door een graaf (na Mongoolse invallen) en kreeg het de naam 'Frankenstein' door de namen van 2 naburige gehuchten samen te voegen: Frankenberg en Löwenstein. Doordat het knal in het midden tussen Breslau en Praag lag, werd het een belangrijke tussenstop voor handelaars. Het behoorde eerst bij Bohemen, later bij Pruisen. In 1858 brandde naar 't schijnt bijna de hele stad af en moest deze hierna heropgebouwd worden.
Een frequente bezoekster was blijkbaar prinses Marianne van Oranje-Nassau, dochter van Koning Wilhelm I van Oranje. Zij had in de buurt een optrekje (= kasteel) en liet een 55 km lange weg bouwen van Frankenstein tot in Tsjechië. Ze deed blijkbaar ook aan veel liefdadigheid en de stad lijkt haar niet vergeten te zijn.
Na de 2de W.O. kwam de stad, zoals Wroclaw en de hele streek Neder-Silezië, onder Poolse vlag en onder communistisch bewind en op dat moment veranderde zijn naam in 'Zabkowice Slaskie'. Zo eindigde ook de Duitse invloed in de streek.

Het klinkt allemaal veelbelovend, en er is effectief ook potentieel. Je kan een beschrijving vinden van een heuse wandelroute met een Engelse beschrijving van alle oude gebouwen die een verhaal hebben. Er was zelfs een heel stuk intakte stadsmuur en een 'leaning tower', DE attractie van de stad, een scheve toren zoals die in Pisa... maar... het stadje straalt armoede uit. Zowel de gebouwen, die erg vervallen zijn en dringend een opknapbeurt nodig hebben, als de mensen, die er alles behalve glorieus en welgesteld uitzien. Het was er zelfs niet mogelijk een restaurant te vinden om iets te eten. Het enige hotel dat ietwat oké leek, bleek ingepalmd te zijn door een groepje mensen dat vergaderde en het restaurant was niet eens beschikbaar voor passanten. M.a.w. een trieste aanblik van een misschien glorieus verleden.

Het was er zo triest, dat we beslisten om verder te rijden naar onze volgende stop: Srebrna Gora (= Zilverberg). Het stadje werd in de 16de eeuw gesticht rond de zilvermijn-activiteiten in de streek. Naar het schijnt waren er op dat moment 5 verschillende mijnen actief. Maar in de loop van de jaren werden de mijnen meer en meer verlieslatend en na enkel oorlogen, tegen dat de Pruisen aan de macht waren, werd er al geen mijnbouw meer bedreven. Het ligt op de grens van Polen en Tsjechië, opnieuw in meer bergachtig gebied, de Sudeten... Door zijn ligging kwam het vaak in de vuurlinie terecht in de verschillende oorlogen die er werden uitgevochten. Vandaag is het nog slechts een dorp en ideaal voor stappers en mountainbikers... we zagen touwens vele parcours in de omgeving en het is effectief een mooie streek die wat aan de Ardennen doet denken!
Maar, wat er nog te zien is, is een fort, een versterkte citadel zoals die van Namen, daterend van 1778, door de Pruisen gebouwd ter verdediging tegen het leger van Napoleon, en dat wilden we die namiddag nog bezoeken.

Na een snack in 1 van de stalletjes aan de voet van de 'zilverberg', beklommen we de heuvel tot aan de ingang van het fort. Daar aangekomen beseften we dat het weer ons ongunstig gezind was. Na 2 weken aanhoudende zonneschijn met temperaturen tussen de 25 en 30 graden, overtrok de hemel en begon de temperatuur danig te zakken. We vatten toch ons bezoek aan, bezochten de kazematten, de binnenkoer enzo, maar eens op de wallen van de Donjon gekomen, begon het al te regenen... de wolken waren zodanig gezakt dat we in een dikke mist belandden en plots zag de wereld er erg donker, grijs en nat uit. Het was onmogelijk het bezoek van het fort verder te zetten en de een na de andere bezoeker vatte de terugweg aan, afdalend naar de parking.

Omdat het duidelijk was dat de regen niet meer zou stoppen, beslisten we om al in te checken in het hotelletje waar we verwacht werden. Oorspronkelijk hadden we een pittoreske B&B geboekt, in Srebrna Gora zelf, maar zij hadden de dag ervoor onze overnachting geannuleerd omdat ze plots een groep studenten over de vloer kregen die er een week zou logeren, en wij konden daarmee voor 1 nachtje niet concurreren. Correct waren ze wel, want ze zorgden ervoor dat we in dezelfde straat (gratis) konden logeren in een ander hotelletje... Het was een eenvoudige kamer, maar proper. De mensen waren er erg vriendelijk en we konden er lekker eten 's avonds. We hebben de rest van de namiddag dan maar lezend doorgebracht, dat mag ook al eens in de vakantie!  ;-)
Een groepje mountainbikers had er ook onderdak gezocht en bracht zijn verdere namiddag/avond door al kletsend en drinkend buiten op het overdekte terras (koud kregen ze blijkbaar niet). We hadden er wat schrik voor, maar gelukkig zijn ze 's nachts in een hele diepe slaap gesukkeld zodat onze nachtrust niet verstoord werd.





maandag 19 september 2016

Vr. 16/9: Wroclaw

Op vrijdag hadden we een volledige dag in Wroclaw gepland (Vrodzwav uitgesproken in 't Pools, in 't Duits: Breslau, in 't Tsjechisch: Vratislav). Dat betekent dat we van Opper-Silezië (Katowice en omstreken) in Neder-Silezië beland zijn.
Lang geleden, na veel getouwtrek tussen Habsburgers en Pruisen viel deze stad uiteindelijk onder Pruisisch bewind, later ook onder nazibewind tot op het einde van de tweede wereldoorlog, en daarna werd deze streek aan Polen toegevoegd. Op dat moment is de originele Duitse bevolking naar het Westen gevlucht, of gedeporteerd. In elk geval, de stad werd zoveel mogelijk ont-duitst en vele Polen uit het oostelijke deel van Polen dat toen bij Rusland (Oekraïne) werd aangesloten, werden naar Wroclaw overgebracht. Dus, vele mensen die er nu leven hebben voorouders die eerder van de Pools-Russische grens kwamen en velen hebben dus absoluut geen roots in Neder-Silezië. Best bizar als je erover nadenkt.

    










De stad is gelegen aan de Oder en was een belangrijke handelsknoop in Europa. Het historische stadscentrum is best mooi en redelijk goed opgeknapt, maar vanaf het moment dat je erbuiten gaat, staan de vervallen statige gebouwen te huilen tussen de super-communistische appartementsblokken. Ook al was het er 28 graden met een stralende zon... eigenlijk was het best een triestig gezicht.

    

Naar verluid was trouwens 70 % van de historische gebouwen verwoest na de 2de W.O. Het spreekt voor zich dat dit soort omgevingen opnieuw een bron zijn van graffiti's, alhoewel dat sommigen die beschreven stonden in een pamflet van de toeristische dienst, ondertussen al niet meer te vinden waren... zaken worden snel overschilderd blijkbaar, of afgebroken.

    

We hebben in Wroclaw geen enkel museum bezocht deze keer, maar we hebben een hele dag rondgewandeld om zoveel mogelijk indrukken op te doen.

Er zijn heel veel studenten in Wroclaw omdat er ook een grote universiteit is. Er bevinden zich dus veel bars en cafés in het stadscentrum en de buurt waar wij sliepen, was blijkbaar een nogal hippe en artistieke buurt waar veel nieuwe cafés, restaurantjes en kunstgalerijen opdoken... In het hotelletje waar we sliepen aten we geen ontbijt, dus vonden we een plaats op de 'grote markt' waar je wel wat keuze had om te ontbijten.
2 x hebben we er op hun terras ons ontbijt gegeten en 1 x zaten er 3 jonge vrouwen achter ons, die ook ontbeten, maar waarvan er 2 toch een 50 cL pint bij dronken... om hun kater van de nacht weg te drinken zeker? Misschien hadden ze nog niet geslapen en kwamen ze recht uit de bar... wie zal het zeggen. Ik vond het anders best impressionant. Ook al omdat velen hier bier drinken met een rietje, iets wat we al helemaal niet snappen! En deze nu om 9 h 's morgens al... pfew!

Voor de rest zagen we veel hippe koffiehuizen, sushi bars, restaurants met 'vegan' food en smoothies en andere nieuwe voedseltrends die hier en daar meer en meer in de mode komen. We moeten toegeven dat de Polen trouwens heel lekker ijs maken... wij hebben een paar ijsjes gegeten die zelfs met het Italiaanse ijs kunnen wedijveren!




Een andere rode draad in de stad zijn kabouters. Men heeft overal verspreid in het stadscentrum kleine kabouters geplaatst, die telkens iets anders doen of uitbeelden. Best grappig, want soms duiken ze echt op onverwachte plaatsen op. Veel meer dan een 'spielerei' is het niet, maar ik kan me voorstellen dat vooral kinderen het leuk vinden om er zoveel mogelijk te vinden.

Op zich was het wel de moeite waard om te verkennen, maar voor de rest vonden we de stad minder boeiend dan Krakow of Katowice. Wat dat betreft was 1 dag dus wel voldoende, en het prachtige zomerweer hielp natuurlijk om volop te genieten van de terrasjes.










donderdag 15 september 2016

Do. 15/9: Katowice

Op dinsdagavond zijn we in Katowice gearriveerd. Ditmaal niet in een lokale B&B maar in een internationaal business-hotel. We zagen enkel mannen met pakken en vrouwen in stijlvolle kleedjes. Een groot contrast me ons, die uit de Dunajec canyon kwamen in short en baskets...  ;-)
Maar oké, klanten zijn klanten en we kregen toch onze kamer. Na een korte opfrissing in onze hyper-cleane badkamer zorgden we ervoor dat we zonder problemen konden integreren in het hotelrestaurant beneden... dat trouwens bijzonder goed blijkt te zijn.

Na een nachtje slapen waren we klaar om Katowice te verkennen... we waren bijzonder nieuwsgierig want we hadden al heel wat minder positieve dingen gehoord. Iemand vertelde ons reeds dat het het Charleroi was van Polen, een meisje in Krakow keek naar ons met grote ogen toen we haar vertelden dat we naar Katowice gingen als toeristen, en vertelde ons dat we erg voorzichtig moesten zijn omdat ze daar mensen overvallen met messen... enzovoort. Voor ons nog meer een reden om zich af te vragen hoe het er zou zijn... zijnde van Brussel, waarover dezelfde piratenverhalen in vooral Vlaanderen de ronde doen en ver weg van het massa-toerisme waar we de laatste dagen zo mee geconfronteerd waren.

Katowice is de hoofdstad van de Poolse province Silezië en ligt in het stuk Opper-Silezië. Het bevat 3,5 miljoen inwoners verspreid over verschillende stadsdistricten... een redelijk grote agglomeratie dus, maar het centrum is niet zo super groot en gemakkelijk op 1 dag te bevatten. Het heeft een interessante geschiedenis achter de rug, anders dan Krakow of Zakopane, wat vooral te maken heeft met de rijkdommen die zich in de bodem bevinden: ijzer, zink, houtskool, etc.
In de 16 de eeuw werden sommige van die rijkdommen ontdekt, maar pas in de 19de eeuw kwam de mijnbouw echt op gang o.i.v. de industriële revolutie die expertise vanuit Engeland naar hier bracht. De streek stond vol met mijnen en fabrieksgebouwen en het landschap veranderde in die tijd van puur ruraal naar sterk industrieel. Nu is het ook een hele geïndustrialiseerde streek en ze proberen het industrieel erfgoed zo goed mogelijk te restaureren en er een trekpleister voor toerisme voor te maken... wat natuurlijk slechts een deel van de toeristische populatie aantrekt.

Doordat de streek zoveel rijkdom in de bodem bevatte, werd het ook in de geschiedenis een speelbal van verschillende mogendheden. Op een bepaalde tijd waren de Habsburgers hier de baas, toen nog het Oostenrijks-Hongaarse rijk bestond. Maar de Pruisen lagen op de loer en in 1865 kwam Opper-Silezië voor een stuk in handen van de Pruisen, waaronder ook Katowice.
Met de 1ste W.O. veranderde er veel... na het verlies van Duitsland moest er beslist worden wat er met de streek zou gebeuren. Zou Opper-Silezië een onderdeel van Polen worden? Zou een deel bij Tsjechoslowakije ingedeeld worden? Of zou het nog aan Duitsland toebedeeld worden? Men richte een referendum in en alhoewel in Opper-Silezië de meeste mensen voor het blijven bij Duitsland stemden, werd het stuk waar Katowice bijhoorde toch aan Polen toebedeeld... Op die manier werd een ontduitsing doorgevoerd in dit stuk van Opper-Silezië, terwijl er toch ook een stuk nog bij Duitsland hoorde.

Tijdens de 2de W.O. werd de streek opnieuw door de Duitsers ingenomen en kreeg men opnieuw het omgekeerde. Nazi-Duitsland voerde een sterke ontpoolsing en verplichtte het Duits als officiële taal. En toen de 2de W.O. gedaan was, veroverde het Rode Leger de stad Katowice, die hem terug aan Polen overdroeg. Waarna de Duitsers genoodzaakt waren hun boeltje pakken en terug naar Duitsland te verhuizen, en waarbij vele Polen uit het oostelijk deel van het land geimporteerd werden om de lege huizen van de Duitsers in te nemen en vanaf dat moment nieuwe burgers van de stad te worden.
Opnieuw werd alle Duits geweerd uit het openbare leven, en kwam het Pools weer in zwang, onder communistisch bewind.
Als je de geschiedenis bekijkt, dan hebben ze hier wel enkele taalstrijden uitgevochten,... telkens tussen Duits en Pools.

Dit alles leerden we door 2 musea te bezoeken in de stad. Eentje dat "het Museum van de Geschiedenis" wordt genoemd, waar we bijna de slappe lach kregen omdat we de enige bezoekers waren en een hele vriendelijke, maar toch ook ietwat bizarre man ons een volledig persoonlijke rondleiding gegeven heeft gedurende 1,5 h in 'aanvaardbaar' Engels. We leerden er de geschiedenis van de stad van de middeleeuwen tot en met de industriële revolutie van de 19de eeuw, waarin Katowice officieel als 'stad' werd erkend.
Het tweede museum was van een heel ander kaliber: erg modern en nieuw, gelegen op een oude mijnsite op wandelafstand van het centrum van de stad, "het Silezisch Museum". Daar was een bijzonder overzichtelijke vaste tentoonstelling over de geschiedenis van de streek van voor de industriële revolutie tot en met de val van het communistisch regime in de jaren '80. Bizar genoeg waren we ook hier quasi alleen, gelukkig was alles ook in het Engels vertaald en konden we onze plan trekken. We hebben er in 't totaal 3 uur over gedaan om de hele geschiedenisles te doorgronden en we waren erg onder de indruk van de kwaliteit van de tentoonstelling. Echt de moeite waard!

    

En wat hebben we voor en tussen en na de musea gezien in de stad? Wel... in vergelijking met Krakow bvb. zagen we geen chi-chi. Het chicste dat we tegen kwamen, waren de mensen die in de stad conferenties bijwoonden en die daarvoor in nette pakken en lichte mantelpakjes met trekvaliesjes de stad doorkruisten. Er is namelijk een groot 'conference center' in de stad. Daarnaast bevindt zich ook een groot stadium, het Spodek, met plaats voor 11000 man, nu voornamelijk gebruikt voor grote concerten en andere evenementen. Toen wij er waren, was er niets te doen, dus we hebben het kunnen rondcirkelen en fotograferen... best de moeite, want het heeft een behoorlijk futuristisch beeld aangezien het in de vorm van een gigantische U.F.O. gemaakt is, onder communistisch bewind.

    

Architecturaal vinden wij de stad trouwens best interessant. Het bevat een mix van al dan niet gerenoveerde industriële gebouwen (begin 19de eeuw), mooie statige gebouwen (uit het post-industrieel tijdperk eind 19de-begin 20ste eeuw) en 'lelijke' blokken van gebouwen uit de communistische tijd (appartementen, grote winkels, het Spodek, etc.). Een interessante mix...

    

Ook bevindt zich de Universiteit van Silezië in de stad, waardoor er heel wat jong volk rond loopt tussen universiteitsgebouwen, verspreid in de stad. 's Middags hebben we zelfs iets kleins gegeten in een soort studentenrestaurant van 1 van de vele universiteitsbibliotheken.
Naast de jonge mensen zie je veel gewone mensen en ook wel wat daklozen. Ik zag dat er zich achter ons hotel een soort hoofdkwartier van het Leger des Heils bevond. Misschien daarom dat er in die buurt zoveel armere mensen rondliepen...

En natuurlijk heeft dergelijk stad ook meer interessante muurschilderingen of graffiti's, ideaal om ons fototoestel op te botvieren.

    

M.a.w. Katowice heeft ons echt kunnen boeien, ondanks de waarschuwingen van enkele mensen voordien! De stad heeft een interessante geschiedenis en bevat een knappe architecturale mix die voor fotoliefhebbers als wij meer inspiratie geeft dan bvb. Krakow (allez, voor mij toch). Oké, het is wat donkerder en grauwer misschien, maar eigenlijk waren we aangenaam verrast en we liepen er echt op ons gemak.

De volgende ochtend, donderdag dus, verlieten we na een stevig ontbijt de stad om slechts enkele km verder een buitenwijk te verkennen die Nikiszowiec heet. Het is in feite 1 van de dorpen of wijken die speciaal voor mijnwerkers werd gebouwd (rond 1910) naast een (nog steeds operatieve) steenkoolmijn. Het is een beetje naar voorbeeld van de mijnwerkersdorpen in Engeland gebouwd, erg geometrisch, met de kerk in het midden van het dorp en volledig in rode baksteen. We hebben er wat rondgelopen en er in het lokale theehuis een koffie gedronken (allez, ik toch).

     

Al bij al een speciale plek, waar volgens ons meer en meer mensen van middenklasse komen wonen die de stad Katowice wat willen ontvluchten. Maar toen we in de richting van de mijn liepen, viel ons op dat er toch ontzettend veel zwart stof in de lucht hing... dus zoveel gezonder dan de stad zal het wonen daar ook niet zijn.

Na ons bezoek aan het mijnwerkersdorp reden we met de auto richting Gliwice... een andere stad in Opper-Silezië waar een oud radiostation staat met een verhaal. Het radiostation werd in 1935 door de Polen gebouwd en bevat enkele betonnen gebouwen + een hoge zendmast van 111 m hoog die volledig in hout is opgetrokken. Het zou op dit moment de hoogste houten constructie ter wereld zijn.

Toen we eraan kwamen was het middagpauze en konden we niet binnen... vandaar dat we een uurtje met een boekje op onze plaid konden neervleien in het gras. Daarna was ik zo verdiept in mijn boek en aan het genieten van het stralende weer, dat ik geen zin meer had om het (kleine) museum van het radiostation te bezoeken. Maar Xavier was voldoende geïnteresseerd om er alsnog naartoe te gaan.

Het verhaal gaat als volgt... vlak voor de start van de 2de W.O. had Hitler blijkbaar excuses nodig om Polen binnen te vallen. Dus, hij zond enkele Duitsers, vermomd als Polen, om in het radiostation van Gliwice de boodschap te verzenden dat Polen Duitsland was binnen gevallen. Op die manier zouden de Duitsers een goede reden hebben om op hun beurt Polen aan te vallen.
Naar verluid is het plan niet volledig gelukt. De 'vermomde' Duitsers zijn wel tot in het radiostation geraakt, maar hun boodschap is niet echt verstuurd geraakt omdat dit radiostation vooral het onderhoud van de zendmast als functie had, en het echte versturen van boodschappen en het maken van radio gebeurde blijkbaar 4 km verderop. Maar dat wisten de Duitsers blijkbaar niet.
Naar het schijnt had Hitler wel meer van dat soort acties gepland, op andere plaatsen, en zijn er toch een aantal van geslaagd. Zodoende hebben ze uiteindelijk toch Polen aangevallen en het snel onder de voet gelopen....

Na Xavier's bezoek van het radiostation besloten dan maar door te rijden naar Wroclaw (uitgesproken: Vrodzwav), de huidige culturele hoofdstad van Europa, de volgende halte op onze terugweg naar huis.